Van die avonden
met huisdieren,
met kinderen ook,
aanvankelijk, in achtertuinen gezeten,
wat keuvelend, wat aaiend,
natuurlijk drinkend,
en zuchtend, zo nu en dan,
met die muggen,
totdat men maar naar bed gaat
zonder daartoe
werkelijk besloten te hebben –
van die avonden
waarop men – vreemd voldaan –
op wat voor wijze dan ook
echt beseft wat zomer is.
op wat voor wijze dan ook
echt beseft wat zomer is.
